Geschiedenis
Algemeen wordt aangenomen dat het oudste kookboek ter wereld is geschreven door de vermogende Romeinse burger Marcus Gavius Apicius (42 v Chr. - 37 n Chr.).
Het boek bevat ongeveer 500 recepten bestemd voor de beschaafde en cultureel onderlegde elite van die tijd. In de meeste gerechten worden specerijen als peper, kaneel en nootmuskaat gebruikt. Destijds een noviteit. Verder bevat het boek veel recepturen voor sauzen: zout, zoet of zuur, dik of dun. Ze hebben de functie om de smaak van de gerechten te versterken. Niet voor niets, en net zoals de Franse keuken, wordt de Apicius regelmatig een sauzenkookboek genoemd. Vooral door de gevarieerde sauzen en het gebruik van specerijen leveren de Romeinen een grote bijdrage aan het ontstaan van de haute cuisine. Neem gegrilde tarbot of tonijn, verse mosselen en oesters; qua ingrediënten en bereidingswijze is de keuken sinds Apicius nauwelijks veranderd.
Voor een man van zijn stand koos hij een voor een opmerkelijke carrière. Want zijn passie lag niet bij politiek, filosofie of literatuur maar bij de gastronomie. Die liefde voor eten was voor hem een levensdoel op zich. Apicius heeft zijn gehele vermogen opgesoupeerd aan eten. Zelfs zijn zelfverkozen levensbeëindiging was geheel in stijl. Toen hij de bodem van zijn geldkist bereikte, strooide hij gif in een beker met excellente wijn. Apicius werd daarmee het symbool voor de ultieme gourmand.